Leerproblemen

Als het leren niet vanzelf gaat

Voor een goede studiebegeleiding vinden wij de combinatie met orthopedagogiek belangrijk. Problemen op het gebied van lezen, spellen, rekenen, concentratie, geheugen, gedrag of sociale -vaardigheden (samenwerkend leren) vormen een belemmering voor de schoolloopbaan en het leren in de toekomst. Leer-, ontwikkelings- en gedragsproblemen kunnen een negatieve invloed hebben op motivatie en zelfvertrouwen. Het is goed om moeilijkheden bij het leren op tijd te signaleren en duidelijk te krijgen wat er aan de hand is, wat de oorzaak is en hoe ermee kan worden omgegaan.

Onderzoek leer- en gedragsproblemen

Binnen Educatie Plus is psychologisch en pedagogisch- didactisch onderzoek mogelijk. Het onderzoek dient om een beeld te krijgen van de oorzaak van de problemen, diagnostisch onderzoek, om van daaruit tot een oplossing te komen. Onze pedagogen zijn gespecialiseerd in leer- en gedragsproblemen. Veel voorkomende vragen liggen op het gebied van dyslexie, dyscalculie, intelligentie/capaciteiten en werkhouding, zoals motivatie, concentratie en werktempo.

Soorten Onderzoek

Pedagogisch-didactisch onderzoek
Bij dit onderzoek wordt gekeken welke onderdelen van de leerstof een kind al dan niet beheerst.

Intelligentieonderzoek
Dit onderzoek wordt ingezet wanneer de schoolvorderingen achterblijven of de prestaties van een kind niet overeenkomen met de indruk die het maakt. Het kan zijn dat kinderen worden overvraagd of juist onderpresteren. Om een kind iets te kunnen (aan)leren is het heel belangrijk om te weten wat zijn cognitieve mogelijkheden zijn, wat de sterke en zwakkere kanten zijn. Met deze gegevens kunnen wij bovendien de mogelijkheden van het kind bepalen en een indicatie geven van het onderwijsniveau. Om tot een goed advies te komen zal dit vaak gepaard gaan met een kort aanvullend onderzoek naar zaken die het leren kunnen beïnvloeden, zoals motivatie of tempo. Met een intelligentietest kan niet worden vastgesteld of iemand dyslexie heeft of AD(H)D of een andere gedrags- of leerstoornis. Wèl geeft het testresultaat soms aanwijzingen in die richting. De intelligentieonderzoeken die wij gebruiken zijn: WISC-V, WAIS, RAKIT, SON.

Capaciteitenonderzoek, niveaubepaling
Een capaciteitenonderzoek helpt bij schoolkeuze, geeft een beeld van de leerbaarheid en stelt vast welk onderwijsniveau aansluit bij de mogelijkheden van een kind. Een leervorderingentoets (bv. CITO) meet wat het kind de afgelopen jaren op school heeft geleerd. De NIO (Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau) daarentegen laat zien wat de leerling in zich heeft. Een capaciteitenonderzoek wordt vaak gebruikt bij het vergemakkelijken van de schoolkeuze of als second opinion naast het advies van de school en/of de eindtoets basisonderwijs. Ook kan gekozen worden voor een algemeen intelligentieonderzoek (bv. WISC). In het voortgezet onderwijs, klas 1, 2, 3 wordt een capaciteitenonderzoek gebruikt om te bepalen of een leerling op zijn plaats is binnen het gekozen onderwijsniveau.

Sociaal-emotioneel, persoonlijkheids-, werkhoudingsonderzoek
Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de persoonlijke eigenschappen van een leerling die het verloop van de schoolloopbaan beïnvloeden. Hierbij kan een inventarisatie gemaakt worden van het gedrag van de leerling thuis en op school en de persoonlijke motieven die daaraan ten grondslag liggen. Dit gebeurt door middel van vragenlijsten, taken, observaties en gesprekken. Gedacht kan worden aan onder andere concentratie en aandacht, houding ten opzichte van school, gedrag, sociaal functioneren, faalangst, zelfvertrouwen, competenties, werkhouding, welbevinden op school.

Dyslexieonderzoek
Een kind kan met lees- en spellingproblemen te maken hebben, waarbij mogelijk sprake is van dyslexie. Een voordeel van onderkenning van dyslexie is dat extra voorzieningen mogelijk zijn op school. Ook kan het een positieve invloed hebben op het welbevinden en het zelfbeeld van het kind. In dit onderzoek worden de gegevens van de (basis)school meegenomen. Indien er sprake is van dyslexie wordt een dyslexieverklaring afgegeven.

Dyslexie op het voortgezet onderwijs
Bij 25% van de leerlingen met dyslexie komt de leerstoornis pas in het voortgezet onderwijs aan het licht. Dan krijgen ze te maken met vreemde talen, grammatica en woorden leren. In de brugklas kan een signaleringstoets worden afgenomen, daarna volgt doorverwijzing voor nader dyslexieonderzoek. Vaak zijn het kinderen met een groot compenserend vermogen die dankzij hun intelligentie en doorzettingsvermogen door het basisonderwijs zijn gekomen.
De hulpvraag van deze leerlingen kan uitsluitend betrekking hebben op lezen en spellen, maar kan als gevolg van dyslexie ook van emotionele aard zijn. Voor veel leerlingen die al enige jaren moeite hebben met lezen en/of spellen betekent de diagnose dyslexie vaak een opluchting.

Dyscalculieonderzoek
Als de rekenvaardigheid achterblijft en als het kind moeite heeft met het automatiseren van de rekenstof dan is er mogelijk sprake van dyscalculie. Vaak gaat dit gepaard met emotionele problematiek, zoals onzekerheid, frustratie, faalangst, in het bijzonder bij het rekenen.

Diagnose, of alleen al onderzoek, leidt tot bewustwording bij alle betrokkenen van ‘probleem’ en daarmee de noodzaak tot oefenen om een minimaal functioneel niveau van rekenen te bereiken. Ook geeft een onderzoek en diagnosestelling aangrijpingspunten voor hulp, oefening, eventuele voorzieningen en aanpassing in het onderwijsaanbod op school. Onderkenning van dyscalculie geeft een verklaring voor de rekenmoeilijkheden en draagt daarmee bij aan de vermindering van de emotionele problematiek en het vergroten van het zelfvertrouwen. Als uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van dyscalculie wordt een dyscalculieverklaring afgegeven.

Gecombineerd psychologisch onderzoek
Dit is een uitgebreid onderzoek waarbij diverse onderdelen onderzocht worden. Welke onderdelen dit zijn is afhankelijk van de hulpvraag die geformuleerd wordt op basis van de intake. Vaak is er sprake van een combinatie van bovenstaande onderzoeken, bijvoorbeeld een intelligentieonderzoek en een onderzoek naar de werkhouding. Een vraag die hier mee beantwoord kan worden is: wat zijn de mogelijkheden van mijn kind en hoe speelt zijn of haar werkhouding daarin een rol. Een combinatie die ook vaak voorkomt is een dyslexie- of dyscalculieonderzoek uitgebreid met een intelligentieonderzoek.

Een gecombineerd psychologisch onderzoek wordt ook gebruikt bij onderzoek naar hoogbegaafdheid. Niet al deze kinderen laten hoge leerprestaties zien, ze gaan zich aanpassen aan de groep of worden onvoldoende uitgedaagd.

Signalen die een aanwijzing kunnen zijn voor hoogbegaafdheidsonderzoek:

  • onderpresteren
  • grote kennis hebben, maar toch wisselende of lage schoolprestaties
  • verschil tussen wat het thuis laat zien en op school
  • gevoelig
  • zwakke werkhouding (korte spanningsboog)
  • problemen met de sociaal-emotionele ontwikkeling
  • negatieve houding over school